Saar-Moezel Rally

25 september - 7 oktober 2005

(Klik op een foto voor een vergroting.)

Op een goede dag in maart
-de maand die roert zijn staart-
schreven wij ons in,
niet met tegenzin,
voor de rally naar Moezel en Saar.

We hielden er ons voor klaar
het einde van september
en – do you remember –
het  begin van oktober,
de maand aan herfstkleuren niet sober.

Op negen april viel in onze brievenbus
een brief uit Huizen met veel zo en zus;
we vielen niet uit de boot:
we waren ingeloot !

Voor één augustus, was het verzoek,
kloek te betalen, zonder gevloek,
het restbedrag aan Egon Bakker,
die het zou beheren, wakker.

Het rallyteam meldde ,drie weken voor vertrek,
te hebben gekregen veel trek
in de tocht naar het Rieslingenland,
waarmee het heeft een speciale band.

Saarburg

Vijfentwintig september was dan de dag
dat we allen zonder stoot of slag
de Warsberg zigzaggend beklommen
en de organisatoren glommen
over de behouden komst van de deelgenoten
aan de tocht, aan hun brein ontsproten.

Om half zes gingen de vlaggen in top
en smeerden allen hun tongen met alcoholisch sop
om tijdens het driegangen warm buffet
van tongstijfheid te zijn ontzet.

Dat welkomstmaal, dat lukte best:
er werd daarbij heel wat af gekletst.
Rein deelde mee, dat we "even" of "oneven" waren
en dat we daarmee de excursies zouden klaren.

In Saarburg werd Mabilon, de klokkengieterij, bezocht.
Een oud-medewerker vertelde ons heel doorwrocht
- hij was zeer aan de zaak verknocht –
over het oude handwerk, het maken van een klok,
waarbij er maar één op de honderd gaat over de kop.

In 2003 waren de laatste klokken gegoten,
hetgeen onze gids zeer heeft verdroten.
Zijn baas had geen opvolger op de wereld gezet
en dát alleen verklaarde het verlet.

De stadsbezichtiging echter viel tegen:
de gids was haar taak niet echt genegen.
Maar de warme lunch bij Am Markt buiten
liet de NCC-kornuiten weer vrolijk fluiten.

Wanneer we later in het album bladeren,
zal het klateren van de wateren
ons opnieuw doen naderen
tot de watermolenraderen.

De druivenstokken  op de steile berghellingenakkers
doen ons de wijnbouwmakkers weer vinden stakkers.
Ook de kabelbaan zal weer voor ons geestesoog verschijnen,
die ons bespaarde helse beklimmingspijnen.

We zien ook Egon weer regie voeren
over hoe een ridder een schoonvader moet vloeren,
over hoe een jonkvrouw moet wachten en smachten
en hoe een gordijn moet huppelen met lichte krachten,
hoe een hondje moet plassen
en hoe muren, bomen en struiken ons kunnen verrassen.

Vanuit Saarburg trokken we op een zonnige dag
naar de stad van porselein en keramiek, Mettlach.
Hier deelt Villeroy en Boch de lakens uit:
Met de "tweede keus" verdient men er een aardige duit.
De "eerste keus" is een heel ander verhaal:
men betaalt zich blauw aan deze pracht en praal.

Op de vertrekdag kregen we het ontbijt níet op bed,
maar in het restaurant aan het buffet.
Dat was door de organisatoren slim bekeken:
de vertrektijd was naar twaalf uur uitgeweken
en met eten werd zo heel wat tijd versleten.

Bernkastel-Kues
Jin en jang is een tegenstelling,
maar  hoog op de helling
en  laag aan de oever
is  de hemel-op-aarde voor de proever.

In Bernkastel-Kues hielden we de voeten droog,
omdat de Moezel niet over de oever schoof.  
Bij de ingang stonden Joke en Danie
en zij vroegen met branie:
"Zijn jullie zoet of droog ?"
Met een elegante boog
vloog een fles wijn
door het raamkozijn.

Dit was een onverwachte, goede start.
Dit gezegde moet ons van het hart.
’s Avonds werd er weer gesmuld
en werden onze magen goed gevuld.
 

De boottocht naar Traben-Trarbach is een sterke troef,
ook al zaten velen in de roef.
Maar het water in de sluis zien zakken
deed velen op het dek blijven plakken.

Gegeten werd in een restaurant
met veel curiositeiten aan de wand.
Het héle huis was rijkelijk gevuld
met spullen verworven met geduld.

De terugtocht was per fiets, te voet of met de boot,
al naar ieders capaciteit gebood.

De maand oktober begon er met regen.
Die hield zelfs de heilige Michael niet tegen.
Van Bernkastel is hij de patroon;
op de Markt prijkt zijn troon.

Tijdens zijn feest bezichtigden wij zijn stad,
ook al werden we door de regen nat.
Het stadje mag er zijn:
het is klein, maar fijn.

Met auto’s werd een tocht aanvaard
naar waar edelstenen zijn vergaard.
Vroeger werden ze er ook gedolven,
maar door de concurrentiegolven
is die nering geheel verzwolgen.

Voor de werker was het leven zwaar en kort
en mogelijk verdiende hij weinig eten op zijn bord.
Nu slijpt, polijst en verwerkt men  er stenen;
die komen uit goedkopere mijnen henen.
Op de terugweg werd Herstein aangedaan,
dat terecht op de monumentenlijst mag staan.

Woensdag waren de weergoden op onze hand
en brachten we een halve dag door op het land.
Dinsdag hadden we Klosterhof al verkend
en konden we een druif onderscheiden van een krent.

Volgens Klaus Melsheimer, een echte wijnkenner,
is de huidige consument een  wijnschenner:
het edele nat krijgt niet de tijd te rijpen:
de producent moet dansen naar Aldi’s pijpen.

Wil zijn bedrijf in deze tijd blijven bestaan,
dan moet de wijn snel vloeien uit de kraan.
De kelder van Klosterhof is een bezienswaardigheid.
Hij is bekend in heel de regio, zelfs wijd en zijd.
Hij is minstens achthonderd jaar oud,
misschien zelfs door de Romeinen gebouwd.

Buiten gingen bachusdruiven door de pers.
Onvoorstelbaar is dat dit sap, zo vers,
eens flessen zal vullen
waarvan de consument zal smullen.

Aan tafels gezeten lieten we ons goed smaken
de zes wijnen  die rolden achter de kaken
over de tong om de smaakpapillen
te geven  wat ze willen.

Ook de lunch werd er genoten
en dat heeft ons beslist niet verdroten.

Op dat bedrijf nu stonden we woensdag klaar
met in de hand stevig geklemd een schaar
om door te knippen de stelen
van de trossen die gelen.

Met een grap en een grol
vlogen de emmers snel vol.
Hoe rotter de druiven,
hoe meer je Klaus zal gnuiven.

Het gaat hem immers niet om een mooie druif,
maar om een vrucht met een schimmelkuif.

Wanneer vier rijen waren gedaan,
wasten we de handen onder een kraan,
dronken een glaasje wijn
en maakten samen gein.

De twee ploegen plukten kaal
achttien lange rijen in totaal.
Aan gewicht brachten we bijeen
ongeveer vijfduizend kilo, naar ik meen.

 

Donderdagmorgen gebeurde er iets
waarvan niet goed is te zeggen niets.
-Is daar iemand aan de caravandeur ?
-Is het waar dat ik er iemand bespeur ?
-Is het Egon of Rein ?
-Wat kan er zijn ?

-Treedt de Moezel buiten de oevers
-of is er iets veel droevers ?
We maken de deur snel open;
daar kregen we wat we niet durfden hopen:
een volledig ontbijt op bed !
De brenger vertrekt met snelle tred.

Verrassende verbazing is ons deel.
Veel voedzaam lekkers glijdt ons door de keel.
Het gesprek bij het naar buiten komen is:
gewis, aan deze vroege dis was niets mis !

Terugkijkend op de voorbije twaalf dagen,
kan ik het niet wagen
niets te zeggen van het "zinspelen".

Een gebroken zin te helen
geheel volgens de oorspronkelijke stand,
daarvoor heb je niet meteen een bekwame hand.

De "zevende" dwerg bleef goed verborgen,
maar "zakjes voelen" gaf ons geen zorgen.

Op deze laatste avond,
in de Alte Kanzlei ons lavend,
zeg ik, met zicht op passagiersboten,:
"Mensen, wat hebben we intens genoten !"

Joke, Danie, Rein en Egon,
dank, dat alles zo kon !

Voorgelezen tijdens het afscheidsdiner op donderdagavond 6 oktober in de Alte Kanzlei te Bernkastel.
Harrie van Galen